Hoe oud Sinterklaas dit jaar wordt? Zegt u het maar
Verschenen in Trouw, 6 december 2025
Het is niet makkelijk om Sinterklaas te zijn. Neem zijn verjaardag. Die viert hij door cadeautjes uit te delen, op de avond van 5 december (in Nederland) en de ochtend van 6 december (in België). Die data zijn geen toeval, zo vertellen we onze kinderen, want Sinterklaas is op 6 december jarig.
Een leugentje om bestwil: Sint is niet op 6 december geboren, hij is op 6 december gestorven. Maar de kinderen mogen natuurlijk niet weten dat hij stiekem al lang dood is, en dus moet de arme man elk jaar de gulle jarige uithangen op zijn eigen sterfdag.
Je zou van minder een identiteitscrisis krijgen, maar daar komt nog bij dat het volstrekt onduidelijk is hoe oud hij op die zogenaamde verjaardag moet pretenderen te worden.
Je zou kunnen zeggen: 1700 jaar. Want is Sinterklaas niet eigenlijk Nicolaas van Myra? Ja toch? En Nicolaas van Myra, dat weten we, die leefde rond het jaar 300 na Christus, en dat is 1700 jaar geleden.
Maar Nicolaas van Myra is geen 1700 jaar oud, die is dood. Overleden op 6 december – we weten alleen niet wélke 6 december. Er is een lijst met mogelijke sterfjaren, variërend van 287 tot 352 na Christus. Zijn geboortejaar is ook onduidelijk. Dat we desondanks een inschatting van zijn leeftijd kunnen maken, mag een klein wonder heten, maar de man is natuurlijk niet voor niets heilig verklaard.
Geschreven bronnen suggereren dat hij ongeveer 75 jaar geworden is, en zijn botten lijken dat te bevestigen. Althans, er is een stel beenderen waarvan al meer dan duizend jaar gezegd wordt dat het die van Nicolaas van Myra zijn. Die zijn begin deze eeuw onderzocht en blijken afkomstig van iemand die ruim ouder dan zestig is geworden.
Een mooie leeftijd, voor iemand uit de vierde eeuw na Christus. Maar toen Nicolaas stierf, was hij nog ‘bisschop Nicolaas’, geen Sint. Dat kwam pas later – wanneer precies is, alweer, onbekend, maar waarschijnlijk al voor het jaar 440, en zeker voordat de zesde eeuw halverwege was. Ga je hiervan uit, dan zou je zeggen: hij is vijftien-, zestienhonderd jaar.
Maar die vroege Sint Nicolaas is niet de Sint Nicolaas die wij kennen. Ja, hij was, net als nu, een populaire heilige. Hij begon als beschermheilige van de zeelieden, en nam later onder (veel) meer ook kinderen, ongehuwden, juristen, bakkers, jeneverstokers, bankiers, gevangenen en een trits havensteden onder zijn hoede.
Heel mooi allemaal, maar er ontbrak iets essentieels: hij bracht nog geen cadeautjes. Dat gebruik ontstond pas in de twaalfde eeuw, in Frankrijk. Kunnen we dan zeggen dat Sint negenhonderd jaar oud is?
Nou, lastig, want in Nederland begon Nicolaas veel later met cadeaus brengen, rond de veertiende eeuw, dus dat zou eerder pleiten voor, zeg, zevenhonderd jaar.
Maar wie heeft het vandaag nog over Sint Nicolaas? Sinterklaas, daar draait het om! En die kennen we nog lang geen zevenhonderd jaar. Pas rond de jaren 1920, 1930 raakt die naam ingeburgerd, en wordt Sint Nicolaas opnieuw geboren, nu als Sinterklaas. Als je het zo bekijkt, is hij een jaar of honderd.
Dus, zegt u het maar, hoeveel kaarsjes moeten er op die verjaarsterfdagstaart? 1700? 75? 1500? 1600? 900? 700? 100?
Het is, kortom, niet makkelijk om Sinterklaas te zijn. En ook niet om te tellen. Want wat voor de jaren in Sints leven geldt, geldt voor alle getallen, van nareizigers tot stikstofdeposities, van coronadoden tot terrorismeslachtoffers, van rijstkorrels tot lezers van een kookcolumn.
Aan elk getal zijn, net als aan de leeftijd van Sinterklaas, keuzes voorafgegaan. Dat tellen we, zo meten we. Die keuzes hadden altijd ook anders kunnen zijn, maar dat zie je aan het uiteindelijke getal vaak niet meer af. Terwijl kennis van die keuzes cruciaal is om dat getal op waarde te kunnen schatten.
Dus, mocht u binnenkort een kabinet formeren, of iets anders doen waarbij iemand u de hele tijd met ‘harde cijfers’ om de oren slaat, denk dan aan 6 december. En onthoud: ‘objectieve getallen’ bestaan niet. Net als Sinterklaas.