Universiteiten zijn er om te doen waar niemand echt op zit te wachten: kritisch denken

Verschenen in Trouw, 7 februari 2026

Het kon ook bijna niet anders, maar toch geeft het de wetenschapper enige moed dat de universiteiten er in het nieuwe coalitieakkoord beter van afkomen dan in het vorige. Caspar van den Berg, voorzitter van koepelorganisatie UNL, reageerde eerder deze week opgelucht in Trouw. Jetten c.s. willen de bezuinigingen terugdraaien. En, belangrijker nog, aldus Van den Berg: ‘De nieuwe coalitie behandelt ons werk niet langer als een kostenpost, maar ziet het als een noodzakelijke investering in onze samenleving.’

Klinkt mooi, klopt niet. Want in het coalitieakkoord zijn de universiteiten er niet voor de samenleving, maar voor de markt. Net als de rest van het onderwijs. De derde zin in de paragraaf ‘Goed onderwijs en wetenschap’ (ik vermoed hier een grammaticaal foutieve samentrekking), daar staat het al: ‘Goed onderwijs is bovendien noodzakelijk om onze welvaart te behouden en het verdienvermogen te verbeteren.’ ‘Bovendien’ drukt een, zoals dat heet, versterkend aaneenschakelend verband uit, dus blijkbaar gaan welvaart en verdienvermogen voor de coalitie boven alle daarvoor genoemde onderwijsuitkomsten.

Over de universiteiten lezen we als eerste dat ze ‘dalen op de wereldranglijsten’. Een tikje toondoof, want in de academie willen we juist van die ranglijsten af omdat ze de verkeerde dingen meten en competitie verheerlijken. Maar de coalitie betreurt die daling, en wel omdat universiteiten ‘een cruciale rol vervullen in innovatie-ecosystemen en het creëren van startups en scale-ups’.

‘Start-ups’ moet dat zijn, trouwens, met het streepje dat er bij ‘scale-ups’ wel staat. Kennis moet ‘vaker naar de markt’, horen we verderop. Ook wil de coalitie dat bij de accreditatie, het beoordelen of opleidingen erkende diploma’s mogen uitgeven, ‘steviger getoetst [wordt] in hoeverre opleidingen aansluiten op de arbeidsmarkt’.

Ja, voor een coalitie die snijdt in de WW, is het natuurlijk fijn als de universiteiten zoveel mogelijk mensen aan werk helpen. De economie vaart er vast ook wel bij, net als bij die start- en scale-ups. Maar er is meer in het leven dan geld. Democratie, bijvoorbeeld. En democratie vereist meer dan burgers die hun eigen geld verdienen.

Die vereist bijvoorbeeld burgers die verwonderd vragen ‘is dat echt zo?’, als ze lezen: ‘Nederland heeft een trotse traditie van tolerantie en gelijkwaardigheid.’ (coalitieakkoord, p. 50, paragraaf Emancipatie) Is dat echt zo, coalitiepartners? En hoe past, ik noem maar iets, de ontluisterende ontvangst van joodse medeburgers die terugkwamen uit de concentratiekampen in die trotse traditie? Of, inkoppertje, ons slavernijverleden?

Zou het kunnen dat die trotse traditie vooral een verhaal is dat we onszelf graag vertellen? En is het niet precies dat verhaal dat het eindeloos voortbestaan van de beschamend racistische Zwarte Piet mogelijk heeft gemaakt – Nederlanders zijn nu eenmaal tolerant, dus hun lokale gebruiken kunnen niet racistisch zijn, toch?

Niet de meest gezellige vragen, natuurlijk, zelfs gezeur over grammaticale fouten is beter voor de sfeer. Voor de aansluiting op de arbeidsmarkt doen ze ook weinig – mensen die dit soort vragen stellen zijn precies de types die je als werkgever zo snel mogelijk op een functie elders wilt. Maar wie écht aan de slag wil met emancipatie, moet het juist over deze vragen hebben.

Nu is er een plek waar mensen de hele tijd zulke vervelende vragen stellen: de universiteit, met name aan de faculteit geesteswetenschappen. Daar kun je dan ook nooit lekker efficiënt vergaderen, snel een innovatie de markt op duwen, of een coalitieakkoord in elkaar draaien zonder dat iemand begint te zeuren. Heel irritant, maar voor onze vrijheid zeker zo noodzakelijk als investeren in defensie.

Want waarom denkt u dat autocraten, Trump voorop, de universiteiten zo graag dwarszitten? Een beetje autocraat weet wat de coalitie lijkt te zijn vergeten. Universiteiten zijn er niet om te leveren wat de markt vraagt, maar om te doen waar niemand echt op zit te wachten: kritisch denken.