Vooruitgang in de medische wetenschap kan zelfs de krant nog een zetje geven

Verschenen in Trouw, 30 mei 2026

Ga er maar aan staan: optimistisch zijn over de toekomst van de krant. De hoofdredacteuren van Trouw probeerden het vorig weekend en schraapten in hun wekelijkse brief wat lichtpuntjes bij elkaar. Ja, de papieren oplage daalt, maar er komen steeds meer digitale abonnees, en dat zijn er dan misschien wel niet genoeg om die papieren daling te compenseren, maar, nou ja, beter dan niets. Tja. Echt hoopvol werd ik er niet van.

Ik bladerde door en las op de wetenschapspagina’s over trombectomie, een vrij jonge behandeling voor herseninfarcten. Je brengt een katheter in bij de lies, manoeuvreert die naar de hersenen, pakt daar de bloedprop die het infarct veroorzaakt en trekt hem het lichaam uit. Werkt fantastisch, aldus interventieradioloog Christiaan van der Leij. “Dan heb je een patiënt die binnenkomt met een eenzijdige verlamming, en een half uur na de ingreep zie je die rustig een krant lezen.”

Op allerlei manieren verbluffend, maar wat mij het meest trof was die krant. Je raakt acuut eenzijdig verlamd, ambulance, ziekenhuis, spoedoperatie, en dan ontwaak je langzaam uit de narcose. Een moment, lijkt me, waarop de prioriteiten des levens zich glashelder aan je openbaren – een moment waarop je je partner ten huwelijk vraagt, je baan opzegt, een jarenlange ruzie bijlegt. Dat iemand op zo’n moment denkt aan de krant, biedt meer hoop dan alle nieuwe digitale abonnees bij elkaar. Lang leve de trombectomie.

En niet alleen omdat die leidt tot krantenlezen, natuurlijk, maar ook omdat de patiënten er veel beter mee herstellen dan met eerdere behandelingen.

Ook voor de radiologen veranderde de trombectomie het nodige. Cruciaal bij een trombectomie is snelheid: binnen zes uur na het infarct moet de patiënt op de operatietafel liggen en moet er een interventieradioloog bij die tafel staan. Dat betekende dat radiologen ineens voortdurend beschikbaar moesten zijn. Vroeger hoefde dat niet, nu moeten ze elke dienst binnen twintig minuten klaar kunnen staan om te opereren.

En dan is er, naast de patiënten en de radiologen, nog iemand of iets op wie de trombectomie effect heeft: de ziekte zelf. Dankzij de trombectomie stijgt het herseninfarct in status.

Die stelling baseer ik op het onderzoek van de Noorse socioloog Dag Album. Album onderzocht wat hij ‘ziekteprestige’ noemt, de status die een ziekte heeft. Het was hem in gesprekken met artsen opgevallen dat ze vaak statusoordelen hadden over ziektes, en hij besloot uit te zoeken welke ziektes volgens artsen veel prestige hadden, en welke weinig. Samen met collega’s liet hij in 1990, 2002 en 2014 Noorse artsen 38 ziektes beoordelen op prestige.

De resultaten maakten Album duidelijk wanneer een ziekte veel prestige heeft. De ziekte moet acuut en dodelijk zijn, en op een specifieke plek in het lichaam zitten, liefst hoog. De behandeling moet actief, snel en effectief zijn. En de bijbehorende patiënt moet jong zijn en goed herstellen.

Daarom staan bovenaan de lijst ziektes als leukemie, hersentumor en hartinfarct. Onderaan bungelen fibromyalgie, depressie, angststoornissen en levercirrose – ellendige ziektes met vage klachten, oudere patiënten, en een behandeling die neigt naar pappen en nathouden.

Herseninfarct was in 1990 ook zo’n ziekte, wat behandeling betreft – veel wachten, weinig doen. We vinden het op de lijst als beroerte (herseninfarct én hersenbloeding), op plek 33. En dan komen er nieuwe behandelingen. Eerst medicatie die bloedstolsels kan oplossen. Dan trombectomie, op kleine schaal. En terwijl vrijwel alle ziektes op dezelfde plek blijven staan, stijgt beroerte in de ranglijst. Tien plaatsen, naar plek 23 in 2014.

Iets doen in plaats van afwachten, snel handelen, beter herstel – dat levert die tien plaatsen op.

Albums laatste lijst is van 2014; trombectomie verspreidde zich breed vanaf 2015. Herseninfarct moet inmiddels wel een nog hogere status hebben.

Dat straalt, weten sociologen, af op de behandelaren en de patiënten. En misschien, hoop ik dan, ook op de kranten die ze lezen.