Willen we oud worden zoals Jenny Joseph of zoals Bryan Johnson?

Verschenen in Trouw, 27 juni 2026

Juni is aan de universiteit het conferentieseizoen. Vroeger was dat wellicht een aangename reismaand, met lekker zomers weer. Lekker zomers weer bestaat nauwelijks meer, maar conferentieorganisatoren zijn nog niet zover met hun klimaatadaptatie, en dus blijven we maar in juni samenkomen.

Zodoende aanschouwde ik het onweer van vorige week midden in de Zeister bossen, en onderging ik de hittegolf van deze week in Londen, waar het nog net wat warmer was dan hier. Op zoek naar verkoeling op mijn vrije middag, ging ik naar de Wellcome Collection, waar de airco ongetwijfeld bakken met stroom verbruikte, maar alles wel heerlijk koel hield.

Ook als het minder dan 40 graden is, kan ik de Wellcome Collection overigens van harte aanbevelen. Het draait om het onderzoeken van gezondheid in de breedste zin van het woord. Dat gebeurt met een museum, een bibliotheek, een boekwinkel, een café, en activiteiten die variëren van lezingen tot het borduren van microben.

Ik kom er vaker, en het stelt nooit teleur. Deze keer was er een nieuwe tentoonstelling, The Coming of Age, over ouder worden. Het eerste object: een zilveren sakekopje, door de Japanse overheid uitgereikt aan elke Japanner die honderd wordt, op ‘respect voor de ouderen’-dag. Dat respect botste onlangs op financiële grenzen: vanwege het groeiend aantal honderdjarigen begonnen de kopjes zo zwaar op de overheidsbegroting te drukken dat ze sinds een jaar of tien van een nikkel-zilverlegering gemaakt worden.

Verderop zag ik, onder meer, de wandelstok van Charles Darwin, water uit de fontein der jeugd, het bordspel Levensweg, een zorgrobot, en Jenny Josephs gedicht Warning, uit 1961, voorgedragen door de auteur zelf.

Warning is een Britse favoriet, de openingsregels zijn beroemd: ‘When I am an old woman I shall wear purple / With a red hat which doesn’t go, and doesn’t suit me’. Er volgt een opsomming van andere toekomstige uitspattingen, naast dit dragen van paarse kleren en rode, niet bijpassende hoeden: bloemen uit andermans tuin plukken, een week leven op brood en augurken, het pensioengeld uitgeven aan brandy en zomerhandschoenen, bij vermoeidheid midden op de stoep gaan zitten. En dan, aan het eind, de vraag ‘But maybe I ought to practise a little now?’ – misschien nu vast wat oefenen, zodat vrienden en kennissen straks niet al te verrast zijn.

Vlak bij Joseph speelde een andere video, uit een Netflix-documentaire over techmiljonair Bryan Johnson. Johnson wil zo langzaam mogelijk verouderen, en heeft zijn hele leven daarop ingericht. Hij huurde dertig wetenschappers in om een dagelijks regime te ontwikkelen, waarin hij jaarlijks 2 miljoen dollar investeert.

Het resultaat: Johnson vast twintig uur per dag, en in die vier uur die hij wel eet, ligt elke hap vast – smaak speelt geen rol, alles draait om voedingswaarde. Dat resulteert in heel veel groente, peulvruchten en meer dan honderd voedingssupplementen.

Daarnaast heeft Johnson strikte slaaptijden. Hij staat om halfvijf op, en vult de eerste uren van zijn dag met sporten, eten en verschillende behandelingen, waaronder lichttherapie, een elektrode die via het oor zijn autonome zenuwstelsel verbetert, en een mutsje met lasers die haargroei stimuleren.

Onhaalbaar, natuurlijk, voor iedereen die ’s ochtends andere dingen te doen heeft – een zieke partner verzorgen, werken, een kind troosten, de buurvrouw helpen – en ook voor iedereen die wel tijd heeft, maar geen twee miljoen dollar en dertig wetenschappers.

Op het scherm legde Johnson uit dat ruim 150 gemeten biomarkers lieten zien dat hij echt heel goed bezig was. Elk jaar wordt hij volgens de metingen biologisch gezien maar krap acht maanden ouder, en dus krijgt hij september, oktober, november en december gewoon cadeau! Johnson wil, las ik op een tekstbordje, een nieuwe religie baseren op zijn levensstijl.

Hij en zijn volgelingen zullen vast stapels met sakekopjes binnenharken. Maar ik betwijfel of ze ooit paars dragen, laat staan rode hoeden.