Het demonstratierecht glipt ons door de vingers
Verschenen in Trouw, 16 november 2024
Ik ben net klaar met mijn column als er een collega op mijn deur klopt. Of ik al gezien heb dat de demonstratie niet doorgaat?
Nee, dat heb ik niet. Ik was te druk met de column. Die nu de prullenbak in kan, want ik heb hem geschreven onder de aanname dat bij verschijning de demonstratie plaatsgevonden zou hebben.
Allemaal achterhaald door de werkelijkheid, waarin de burgemeester van Utrecht zeer, zeer dringend heeft geadviseerd de demonstratie niet door te laten gaan vanwege ‘concrete informatie’ dat ‘een pro-Palestina-organisatie’ de demonstratie wilde kapen en dat ‘geweld hierbij niet wordt geschuwd’. De vakbonden bliezen de demonstratie af, en hadden ze dat niet gedaan, dan had de burgemeester die verboden.
Maar protest zal er zijn. De organisatoren hebben razendsnel een alternatief programma opgezet, met live te volgen speeches in de Tweede Kamer. Er komt op 25 november een nieuwe demonstratie, in Den Haag. En terwijl ik dit schrijf, blijkt dat de studentenbonden het advies negeren en toch gaan demonstreren. En ik zit hier met mijn column. En met mijn protestleus.
‘Alles van waarde is weerloos’, had ik op mijn bordje willen schrijven. Althans, daar neigde ik naar. Helemaal zeker was ik niet – ik kende de context van de dichtregel onvoldoende, die wilde ik nog onderzoeken; er waren alternatieven, die wilde ik nog overwegen. Ik was, kortom, als beroepsgedeformeerde wetenschapper aan het twijfelen.
Daar ging mijn column over, over die academische neiging alles steeds maar in twijfel te trekken en kritisch te bevragen, en over hoe ontzettend belangrijk die neiging is voor onze democratie.
Maar een democratie kan niet draaien op kritiek alleen. Ze heeft nog iets anders nodig: vertrouwen. Niemand kan alles weten, niemand kan alles zelf controleren. Het systeem werkt alleen als we durven en kunnen vertrouwen op de instituties die het draaiende houden: de politiek, het openbaar bestuur, de rechtspraak, de journalistiek, de wetenschap.
Als de burgemeester op basis van informatie van de politie besluit dat een demonstratie niet door kan gaan, dan kunnen we dat niet controleren, omdat wij geen toegang hebben tot de informatie die de politie heeft. We moeten het oordeel van burgemeester en politie vertrouwen.
Maar dat doet niet iedereen. Dat heeft, zoals politiek filosoof Ingrid Robeyns donderdagochtend op sociale-mediaplatform uitlegde, alles te maken met het huidige politieke klimaat. In algemene zin is zowel democratisch ethos als respect voor de rechtstaat niet meer wat het geweest is. Politici morrelen voortdurend aan het demonstratierecht. Kamerleden roepen op een burgemeester weg te sturen, omdat er in haar stad geprotesteerd wordt.
Zo’n klimaat is vruchtbaar voor de gedachte dat de motieven van de Utrechtse burgemeester misschien niet helemaal zuiver zijn.
Ik begrijp dat wantrouwen, maar ik deel het niet. Ik vertrouw de politie; ik vertrouw de burgemeester.
Maar juist dat maakt het afgelasten van de demonstratie zo pijnlijk.
Dit is hoe ik het zie. Er is een politie-organisatie met de beste bedoelingen. Er is een burgemeester van goede wil. Er zijn duizenden demonstranten van bijzonder goede wil: veel vreedzamer dan wetenschappers krijg je je demonstranten niet. Alle betrokkenen willen dit protest faciliteren, en toch wordt de demonstratie de facto verboden. Als dat kan gebeuren, dan glipt het demonstratierecht ons door de vingers waar we bij staan.
Wie dat tot zich door laat dringen, die twijfelt niet meer. Hier past maar één leus: alles van waarde is weerloos.