In genezen zit het geld, maar sommige leveren meer op dan andere

Verschenen in Trouw, 7 maart 2026

Wat is beter, voorkomen of genezen? Een beetje farmaceut zal zeggen: genezen. Daar zit het geld, tenslotte. Neem obesitas, een nog altijd groeiend probleem waar farmaceutische bedrijven sinds enkele jaren een oplossing voor bieden: werkende afslankmiddelen met, naar het lijkt, niet al te veel nadelige effecten.

We zijn inmiddels toe aan de derde generatie: de Triple G, met daarin drie hormonen, alle drie met beginletter g. Hoe meer hormonen, hoe effectiever, lijkt het. De Triple G werkt beter dan eerdere generaties, met een of twee hormonen. Zoveel beter zelfs dat de vraag opkomt of gebruikers er niet te snel te veel van afvallen.

Valt wel mee, zeiden twee Nederlandse experts afgelopen weekend in de Volkskrant, die schreef over de nieuwe middelen. Goede begeleiding en waar nodig aanpassing van de dosering zou de meeste problemen moeten kunnen voorkomen.

Ook een ander veelgehoord bezwaar, dat je de middelen levenslang moet blijven gebruiken, zagen de experts niet zo. Arts en onderzoeker Mariëtte Boon van het Erasmus MC: “Patiënten met een hoge bloeddruk kunnen ook niet met hun pillen stoppen als hun bloeddruk op peil is”.

Klopt, daarom verzinnen farmaceuten ook liever nieuwe bloeddrukverlagers dan nieuwe antibiotica. De laatste gebruik je immers maar kort, en dat levert minder op. In genezen zit het geld, maar niet in elke genezing evenveel. Wat je wilt, vanuit winstoogpunt, is medicatie die je moet blijven slikken, voor een niet al te zeldzame ziekte, met patiënten die kunnen betalen.

Obesitas voldoet aan al die voorwaarden. Veel patiënten wonen in rijke landen, en hun aantal groeit nog steeds. Vertrekkend hoogleraar voeding en gezondheid Jaap Seidell vertelde twee weken geleden in een interview (alweer in de Volkskrant) dat hij vroeger onderzoek deed bij Amsterdamse basisschoolkinderen. “Daar waren geen kinderen bij met overgewicht. Die waren er gewoon niet”, zei hij.

Inmiddels is 1 op de 7 kinderen te zwaar, in sommige wijken zelfs nog aanzienlijk meer. Ook dikke volwassenen had je vroeger maar weinig. Inmiddels is de helft van de Nederlanders te zwaar, 15 procent heeft obesitas.

Toch houdt Seidell hoop: ‘Op een gegeven moment keert de wal het schip.’ Als de groep mensen met obesitas maar blijft groeien, krijgt de samenleving er op een gegeven moment zoveel last van, dat de overheid wel in moet grijpen, vanwege stijgende zorgkosten en een gebrek aan gezonde werknemers.

Ingrijpen betekent voor Seidell eerst en vooral: onze leefomgeving gezonder maken. Een belangrijke reden voor ons toenemende gewicht, is de alomtegenwoordigheid van goedkoop, calorierijk, zoet, vet eten, terwijl je veel harder moet zoeken, en meer moet betalen, voor gezonde alternatieven. Probeer op een willekeurig treinstation maar eens volgens de schijf van vijf te eten.

Lang wilde niemand daar iets aan doen, want: betutteling. Maar steeds meer beseffen we dat we door de voedingsindustrie net zo goed betutteld worden, alleen dan de andere kant op, en dat de overheid daar best een beetje tegenin mag duwen.

Met de plannen voor de suikertaks lijkt het nieuwe kabinet voorzichtig zo’n duwtje te willen geven. Of het, bijvoorbeeld, pubers echt van hun wekelijkse negentig suikerklontjes aan frisdrank afhelpt, is de vraag, maar het illustreert in ieder geval een nieuwe manier van denken.

Maar hoelang houdt dat nieuwe denken stand? De voedingsindustrie lobbyt zich al suf, want die zit niet op een suikertaks, of andere maatregelen, te wachten. Maar veel meer dan die lobby, vrees ik de nieuwe obesitasmedicijnen. Voor bestaande patiënten mogen ze een zegen zijn, voor toekomstige patiënten vormen ze een vloek. Ze breken, in potentie, de wal af die het schip moet keren.

Als je snel en veilig kunt afvallen met injecties of pillen, dan blijft er, lijkt me, weinig over van het toch al smalle draagvlak om de voedselindustrie in te perken. Als je kunt genezen, wie wil er dan nog iets voorkomen?