Is ook Nederland op weg naar zombie-universiteiten?

Verschenen in Trouw, 6 juli 2024

Nou, het is begonnen, het kabinet-Schoof – of, zoals toekomstige historici zullen zeggen, het tijdperk-Wilders. Met frisse moed kunnen de nieuwe bewindslieden aan de slag om het hoofdlijnenakkoord van papier naar praktijk te krijgen. Voor minister van Onderwijs Eppo Bruins betekent dat: krap een miljard bezuinigen en tegelijkertijd ‘prioriteit geven’ aan de kenniseconomie, innovatie en beschikbaarheid van talent.

Door deze en gene is er al op gewezen dat dit een uitdagende combinatie is. Samenwerkingsverband Universiteiten van Nederland (UNL) waarschuwde de minister op zijn eerste werkdag dat de bezuinigingen ervoor zullen zorgen dat de bekostiging van de universiteiten ‘door de ondergrens zal zakken’.

Op de website scienceguide.nl beschreef bestuurskundige Yarin Eski wat daar ligt, aan de andere kant van de ondergrens: een zombie-universiteit. Eski kan het weten, want hij werkte eerder in het Verenigd Koninkrijk, waar ze qua bezuinigingen op publieke voorzieningen (en qua vechtscheiding met Europa) net wat op ons voorlopen.Eski zag er universiteiten die, wanhopig op zoek naar geld, gezakte studenten tóch maar een voldoende gaven, zodat ze geen collegegeld misliepen door gestopte studenten. Kwaliteitseisen werden aangepast, perverse prikkels waren overal, en academici verzuurden in rap tempo. Wie weg kon, ging weg – en wie er nu nog zit, wordt binnenkort gedwongen ontslagen. Tijd of energie voor gedegen onderwijs en onderzoek heeft niemand. Het leven is uit de universiteiten geslagen; de academie verkeert er in zombiestatus.

Een realistisch voorland, vrees ik: het recente rapport van de arbeidsinspectie liet zien dat de gemiddelde universitaire medewerker nu al tegen een burn-out aan zit. Door de geplande bezuinigingen dreigen meer dan vijfduizend banen te verdwijnen. Als er vijfduizend academici vertrekken, loopt de werkdruk ongetwijfeld genoeg op om de overblijvers te veranderen in opgebrande zombies.

Dat is, natuurlijk, vervelend voor individuele wetenschappers en hun gezinnen. Maar óók, en daar wou ik het over hebben, voor de maatschappij.

De UNL wijst daar ook op en stelt dat ‘de toekomst van Nederland op het spel staat’. Dat doet ze in termen waar ze bij de UNL van houden: kenniseconomie, groene groei, verdienvermogen, internationale toppositie – het loopt allemaal gevaar door de bezuinigingen. Klopt ongetwijfeld. Net zoals het klopt wat een groep zogeheten ‘topwetenschappers’ in NRC schreef, dat het door de bezuinigingen langer zal duren om nieuwe medicijnen te ontwikkelen of oplossingen te vinden voor de stijgende zeespiegel.

Maar toch lijkt dat me niet de kern van de zaak.

De kern is, volgens mij, de democratie. Universiteiten zijn belangrijk voor een democratische samenleving. Niet alleen omdat ze kritische denkers opleiden, maar ook omdat wetenschappers aan die universiteiten uitzoeken hoe de wereld ongeveer in elkaar zit. Wetenschappers naaien en borduren samen een gedeelde werkelijkheid: een lappendeken van feiten en inzichten waarover we het eens kunnen zijn. Natuurlijk, er worden voortdurend naden losgetornd en randjes bijgeknipt, echt stabiel is het niet, maar toch, het is het beste wat we hebben. En we hebben het nodig, want zonder gedeelde werkelijkheid is zinvol democratisch debat onmogelijk.

Helaas hebben sommige politici weinig boodschap aan de wetenschappelijke lappendeken. Ze maken liever hun eigen werkelijkheid – een werkelijkheid waarin, bijvoorbeeld, ‘nareis op nareis op nareis’ een grootschalig fenomeen is, waarin Europese verdragen niet bestaan, of waarin hoge stikstofwaardes goed zijn voor de natuur. En soms, als ze echt op dreef zijn, zetten die politici de hele wetenschap weg als ‘politiek activisme’.

Als ik dat hoor, is het verdienvermogen niet mijn eerste zorg. Waar ik bang voor ben is dat de combinatie van bezuinigingen en ondermijning zo weinig van de universiteit overlaat dat we onze democratische taak niet meer kunnen vervullen.Maar misschien is dat nou net de bedoeling.