Ook zonder computer kun je studenten iets leren
Verschenen in Trouw, 18 januari 2025
Ik heb de afgelopen week veel vragen gehoord over de cyberaanval bij de TU Eindhoven. Wat is er precies gebeurd? Wie zitten erachter? Hoe kwamen ze binnen? Kan dit bij ons ook gebeuren? Maar ik miste de vraag die mij al de hele week bezighoudt: waarom werd al het onderwijs afgelast?
Kijk, dat je je netwerk plat legt omdat je het idee hebt dat iemand bezig is je systemen te hacken, dat lijkt me verstandig. Dat er vervolgens allerlei activiteiten niet meer door kunnen gaan, kan ik begrijpen. Veel van wat er aan een universiteit gebeurt, is lastig zonder netwerksystemen – zinloze hybride meetings, eindeloos heen-en-weermailen, outlookjes inschieten, urenregistraties bijhouden die niemand ooit bekijkt en, vooruit, ook een uiterst relevante analyse van op de beveiligde server opgeslagen onderzoeksdata. Maar onderwijs lijkt me nu bij uitstek iets dat wél door kan gaan als al je computersystemen platliggen.
De TU Eindhoven denkt daar anders over, en liet zondag weten dat het onderwijs maandag niet door zou gaan. Later werd dat uitgebreid tot de hele week. Het NOS-journaal interviewde verschillende studenten over de situatie. De studenten vertelden dat ze zich door alle niet-werkende computersystemen maar moeilijk voor konden bereiden op hun tentamens, omdat ‘we niet echt bij de lesstof kunnen’.
De boomer in mij schreeuwde naar het scherm: ‘Had dat dan ook uitgeprint!’ Zelf print ik namelijk zo ongeveer alles langer dan een e-mail, omdat ik papier als superieure technologie beschouw. Papier kun je overal mee naartoe nemen, je kunt er aantekeningen op maken, je kunt er doorheen bladeren, je kunt erin knippen en het met plakband weer aan elkaar plakken, en als je het boven op je mok hete koffie legt, blijft die langer warm. Het is mijn stellige overtuiging dat je nauwkeurig leest, beter denkt en meer onthoudt als je op papier werkt.
Maar ik probeer me erbij neer te leggen dat dit inzicht niet iedereen gegeven is. Ik krijg het mijn eigen collega’s al niet aan het verstand – met hun Outlookagenda’s, hun digitale vergaderstukken en hun flexplekken-zonder-boekenkasten. De studenten overtuigen dat ze misschien eens een pen mee zouden moeten nemen naar college, daar durf ik niet eens meer aan te beginnen.
Dus ja, dat tentamenvoorbereiding lastig is in deze situatie, dat begrijp ik heus. Niets dan lof daarom voor het besluit van de Eindhovense universiteit om de tentamens met een week uit te stellen. Maar waarom toch ook alle colleges en werkgroepen annuleren?
Nergens werd dit toegelicht – blijkbaar spreekt het voor zich. Maar ik geef zelf tamelijk regelmatig universitair onderwijs, en ik snap er niets van. Ja, als ik college geef, gebruik ik het universitaire netwerk: om mijn powerpoint werkend te krijgen, om aanwezigheid te registreren, om studenten iets te laten opzoeken in de ‘elektronische leeromgeving’. Maar ik heb nooit het idee dat die dingen essentieel zijn voor mijn onderwijs.
Wat ik nodig heb, écht nodig heb, om onderwijs te kunnen geven zijn twee dingen: studenten, en een plek waar ik met die studenten in gesprek kan.
Dat gesprek is voor mij de kern van goed onderwijs. En natuurlijk, dat gesprek kan baat hebben bij een powerpointslide hier of een computersimulatie daar. Maar uiteindelijk leren de studenten niet van de slides, maar van de docent.
Misschien spreekt ook hier mijn innerlijke boomer, maar ik ben er van overtuigd dat de interactie tussen student en docent het enige is wat er werkelijk toe doet. Al het andere is bijzaak. Handige bijzaak, soms, maar bijzaak.
In Eindhoven lijkt die bijzaak ineens een hoofdzaak te worden. Maar wie denkt dat geen netwerk als vanzelfsprekend geen onderwijs betekent, verwacht te veel van de technologie, of te weinig van de docenten.