Stel dat ik wél in Delft geëindigd was, was mijn naam dan ook aan de politie doorgegeven?

Verschenen in Trouw, 21 maart 2026

Tien jaar geleden solliciteerde ik op een baan als universiteitshistoricus bij de TU Delft. Ik werd uitgenodigd voor een tweede gesprek, maar toen viel er een subsidie in mijn schoot, waarop mijn toenmalige werkgever mij prompt een vaste baan aanbood. Die nam ik meteen aan, want zoals elke academicus weet: beter één vaste baan in de hand, dan tien aan het eind van een onzekere procedure. Ik zegde het gesprek in Delft af, zij stelden een andere historicus aan (tegen wie ik het sowieso had afgelegd), de wereld draaide door, en ik dacht er nooit meer aan.

Tot nu. Stel nou, denk ik ineens, stel nou dat ik wél in Delft geëindigd was. Was mijn naam dan ook aan de politie doorgegeven, net als die van de Delftse docent Bob van Vliet?

Want dat doen ze aan de TU Delft: namen van hun eigen studenten en medewerkers doorgeven aan de politie. Voor de veiligheid. Vorige maand ontdekte het Delftse universiteitsblad Delta dat de TU een convenant heeft met de politie, met afspraken over het uitwisselen van persoonsgegevens. Die uitwisseling leek ze een goed idee omdat beide partijen ‘belang hebben bij het bevorderen van de veiligheid van personen en zaken’ op de campus, bijvoorbeeld ‘in het geval van demonstraties’.

Hoe vaak de TU gegevens doorgaf is onduidelijk, maar ze deed dat in elk geval in 2024, voorafgaand aan een aangekondigde demonstratie tegen de komst van de fossiele industrie naar een carrière-evenement. De dienst integrale veiligheid mailde de politie een lijstje van mogelijke betrokkenen. Die betrokkenen wisten van niets.

Na het artikel in Delta vermoedde Bob van Vliet dat hij weleens op dat lijstje zou kunnen staan. Dat klopte, bleek toen hij navraag deed. Hij hoorde ook waarom: anderhalf jaar voor de demonstratie had hij een scherpe column geschreven, en later was hij gezien bij een vreedzame klimaatdemonstratie op de campus.

Demonsteren en columns schrijven zijn beide, ik zeg het maar even, niet strafbaar. Sterker nog, het zijn grondrechten – of nu ja, columns schrijven niet per se, maar je mening uiten wel.

Amnesty International, de journalistenvakbond en de Autoriteit Persoonsgegevens zijn dan ook niet te spreken over de Delftse praktijken. Het universiteitsbestuur heeft inmiddels wel excuses aangeboden, maar het convenant nog niet opgezegd, want dat kan altijd nog, ze gaan eerst maar eens onderzoek doen.

Nu denkt u misschien: wat gek, lijsten bijhouden van mensen die hun mening uiten en hun namen doorgeven aan de politie. Is dat niet meer iets voor op een politbureau dan aan een universiteit? Universiteiten, dat zijn toch bolwerken der vrijheid, hoeders van het kritisch denken, en/of extreemlinkse broeinesten waar niemand überhaupt weet wie wie is omdat iedereen de hele tijd met gezichtsbedekking loopt dan wel voortdurend van voornaam wisselt?

Maar dit is Delft, en daar hebben ze zo hun eigen manieren van omgaan met kritiek.

Twee jaar geleden kwam de Onderwijsinspectie met een snoeihard rapport over de sociale veiligheid aan de TU. De zorg daarvoor was zo slecht op orde dat er sprake was van ‘wanbeheer’. De eerste reactie van het Delftse universiteitsbestuur destijds: ondeugdelijk rapport, we gaan naar de rechter. In de Delftse traditie is kritiek meer iets om fijn te stampen dan om te omarmen.

Wat ze in Delft ook niet echt omarmen zijn de geesteswetenschappen – op die ene universiteitshistoricus na dan. Wij van de geesteswetenschappen moeten nogal vaak uitleggen wat ons nut eigenlijk is, en een van de meer pompeuze antwoorden die we daarop geven, is dat we de hoeders van de democratie zijn. In de woorden van mijn favoriete Koreadeskundige Remco Breuker: steek al je geld in bèta en techniek, en je krijgt Noord-Korea.

Prachtige uitspraak, maar ik heb het zelf nooit durven zeggen. Ik heb de humaniora hoog zitten, maar stellen dat we zonder geesteswetenschappers gedoemd zijn tot dictatuur, ging me altijd net iets te ver. Dat gaat het me nog steeds, trouwens.

Maar ze maken het in Delft wel verdraaid moeilijk om dat vol te houden.